Ik ben een zwart roodstaartje

Ik ben een zwarte roodstaart. Ik ben 14 dagen oud. Ik ben nog heel jong dus, maar toch heb ik al al mijn pluimen en ben ik bijna zo groot als mijn moeder. Mama brengt mij en mijn zusters elke 10minuten eten. Ze roept ons dan 'wiet tek tek tek tek tek'. Dan steken wij onze kopjes omhoog, doen we onze bekjes open. Mama steekt dan een vette rups in onze open bek en vliegt er dan weer razendsnel vandoor. 

We wonen in een klein nestje in een oude muur. Mama heeft gras en mos verzameld, en met wol en veren een zacht kommetje gemaakt in een gat in de muur. Papa zien we niet dikwijls. Het is vooral mama die ons eten brengt. Of is het toch ook soms papa? Ik weet niet goed wie mijn mama en papa zijn. Ze zijn zelf nog jong, en lijken dus nog sterk op elkaar: grijsbruin met een rosse stuit.  Als mijn papa wat ouder is, krijgt hij vast en zeker dat mooie zwarte verenpak. 

Maar kijk, mama weet ook niet goed wie wij zijn. Diegene die zijn bek het verst opentrekt, krijgt het eerst. Ik lust het liefst rupsen, daar groei ik snel van, maar soms brengt mama ook muggen, oorwormen of spinnen. 

Zodra mama wegvliegt verstoppen wij ons weer in ons nest en blijven we heel stilletjes wachten. Maar als ze te lang wegblijft, dan oefenen we alvast onze vleugels en wapperen we met onze staart. 

Ons nest wordt snel te klein, we zijn nu 16 dagen oud. Mijn zussen en ik horen mama roepen 'wiet tek tek tek tek tek tek'. Wat bedoelt ze toch? Waarom komt ze niet tot bij ons? Ik ga eens kijken op de rand van het nest waar ze blijft. Oh, hier buiten dat krappe holletje kan ik mijn vleugels nog beter laten flappen. Oh ja, dat is tof, ik heb ruimte om mijn hele vleugels uit te slaan. Kijk mama, ik vlieg! IK VLIEG! 

Wat is de wereld groot. Dit is wel een heel groot grassprietje waar ik op beland ben. Ik weet niet goed hoe ik mij hier moet rechthouden. Ik wapper nog maar eens met mijn vleugels. Oh, ik ga omhoog, ik vlieg weer! IK KAN ECHT VLIEGEN!

In zo een struik kan ik mij goed verstoppen, al weet ik nog niet goed waarom ik dat zou doen. Ik ken nog geen gevaar of angst. Kijk, daar ga ik weer!

Wat is de wereld mooi! Wat ben ik mooi! Ik kan mijn veren opschudden, ik kan mijn staartje tonen. Ik hoop dat ik later net zo een mooie staart als mama krijg, en wow, zo sierlijk leer vliegen!

En daar is mijn buurman mus, hij kent de buurt hier heel goed. "tsjilp tsjilp" Hij waarschuwde mij voor die drie katten die hier rondlopen. Ik weet nog niet veel van de wereld, maar dat wist ik wel al: die roofdieren zijn gevaarlijk. Die hebben je met één sprong in hun klauwen. Ge-VAAR-LijK! Gelukkig is dat groot wezen zonder pluimen of vleugels mij komen redden en heeft de kattebeesten achter die grote vitrine opgesloten. Dan kan ik vandaag vrijelijk mijn vleugels oefenen!

Ik heb honger, maar ik weet nog niet waar ik eten moet zoeken.  Dan ga ik mama maar weer roepen. "Mamaa!" "wiet-wiet-wiet"

"Tot ziens hoor, ik zie je wel weer een keertje!"

13 gedachtes over “Ik ben een zwart roodstaartje

  1. MultiVroon zegt:

    Wat een mooi fotostripje, dapper he, die diertjes. Ik zie zoveel dode vogels in de bermen liggen overal (merels vooral), zouden dat nou allemaal grote jongen zijn die het niet gered hebben? Vind ik zo naar!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s