Ramon

Een paar dagen na Valentijnsdag is er een babytje geboren op onze boerderij. Na 62 kleine lammetjes kwam er ook een klein geitje ter wereld. Mamsie-pamsie (de moedergeit) gaf ons het allergrappigste allerliefste allerslimste bokje ter wereld: Ramon. Kijk even mee hoe we alle dagen circus op de boerderij hebben:

Hij is ook al zo beroemd dat hij een echte vedette op tv wordt: op woensdag 20april om 17.40 (en herhaling om 18.55) verschijnt hij samen met Inez in het programma “Klein gespuis” op Ketnet!

*hartje* geitjes

Afgelopen zomer kwamen er 2 geitjes op de boerderij bij. Ik zeg u: niets is gezelliger dan geitjes houden. Of toch: er is wel iets dat nog gezelliger is: geitjes melken. De historie van mijn nieuwe oude geitjes even op een rij:

Er waren al een paar maanden voorbij gegaan sinds Filip de bok, mijn beste vriend, gestorven was. Kwamen deze geitjes ter zijner vervanging? Maar neen, dit zijn melkgeiten: nutsdieren dus. Daar ga ik niet mee knuffelen. Die moeten melk geven.

Omdat ik nog nooit een geit -of zelfs een ander beest- gemolken had, maakte ik het mezelf gemakkelijk en liet 2 geiten brengen die het gewend waren om gemolken te worden. De 2 half-zussen waren/zijn een jaar of 7-8, we weten het eigenlijk niet precies. Ze kwamen binnen zonder naam, weinig vet om het lijf, maar wel met melk in de uier.

Een goede melkgeit kan tot 3l melk per dag geven. Dat is als je ze twee keer per dag melkt. Je kan een geit ook 1 keer per dag melken,dan geeft ze een beetje minder. 1 keer per dag melken: toppie! Zo kan ik 's morgens gewoon met mijn eigen geitjes kindertjes aan tafel blijven zitten en 's avonds in alle rust gaan melken.

En dus zat ik elke avond rond 19u op een krukje bij mijn geiten. Ik molk ze terwijl ze vastgebonden stonden met een leiband en korrels aten. Een klein avondritueel: overall en laarzen aan (schoon zicht, dat wel), geiten vastbinden, bakje korrels voor geit 1, uier wassen en melken, bakje korrels voor geit 2, uier wassen en melken. Geiten losmaken, stalletje toe en klaar. We dronken de melk rauw, we maakten elke avond pudding en ik maakte al eens een keer een lui-wijven-kaasje.

Geiten moeten -net zoals elk ander zoogdier- eerst gejongd hebben eer ze melk geven. In tegenstelling tot een koe (die kan je 300 dagen melken maar moet dan weer een kalfje krijgen) kan je een melkgeit tot wel 5 jaar lang blijven doormelken zonder dat ze elk jaar opnieuw een lam moet krijgen. Wanneer mijn geiten het laatst gelammerd hadden en hoelang ze al werden doorgemolken wist ik niet. Maar ik wou ze wel de winter in alle rust-zonder te blijven melken dus- laten doorbrengen. Eventueel wel met een lammetje in de buik. Er moest dus een geitenbok gebracht worden. "Kebab" de geitenbok werd gebracht. Ja, je mag je fantasie laten gaan bij die naam want een geitenbok eeuwig houden, dat is geen leuk vooruitzicht. Die stinken, die worden groot, die worden woest. Die eindigen na hun dienst in het slach….

Maar Kebab, die heeft dus een naam gekregen, terwijl de geiten nog steeds naamloos zijn. We noemen ze soms 'de geflipte geitjes' (minstens even grappig als Zingaburia, mijn geitjes), of ik noem ze 'miekes' omdat dat zo lief klinkt.. die geitjes van mij zijn ook zo schattig. Een beest een naam geven… dat maakt ze een persoontje, dat maakt dat je je hecht aan het dier. Maar het zijn nutsdieren, ze moeten melk geven. Mijn geitjes hebben dus geen naam.

Omdat een geit eigenlijk geen grazer is, maar liever blaadjes, struiken en alles behalve gras eet, snoeide ik elke avond ook een paar wilgentakken zodat ze ook groenvoer binnenkregen. Na een klein accidentje met de zaag en de duim besloot ik om ze zelf de takken te laten opzoeken en nam ik ze aan de leiband mee in de wei. Ik toonde hen de lekkere plekjes, de groene struikjes. Ja lekker, zeiden ze, maar mogen we nu terug mee naar binnen met jou naar ons gezellig stalletje. Krijgen we dan nog een knuffel van jou?

Ja zo gaat dat. Je denkt 'we hechten ons toch niet aan de geit', maar zo werkt dat niet in het echte leven. Elke avond een halfuur bij de geitjes rondhangen, ze elke dag mee op wandel nemen. Ga je naar links, dan gaan ze ook naar links. Zet je een stap naar rechts, gaan ze ook naar rechts. Sta je stil, dan staan de geitjes ook stil. Geitjes die je volgen, bij elke stap die je zet, dat verovert je hart. Kruip je -zonder dat je het beseft- in hun hart, dan kruipen zij ook in het jouwe.

Dit verhaal begint dus eigenlijk nog maar net: rond maart gaan hier nieuwe jonge geitjes rondhuppelen en tegen dan moet ik veel geitennamen verzinnen want: Ik heart mijn geitjes!

Spannende avonturen op de boerderij.

's Morgens als ik koffie sta op te gieten, staar ik wat uit mijn keukenvenster.  Op een ochtend, ik moet nog niet goed wakker geweest zijn, zag ik een gek tafereel:

"Wat zitten die katten toch zo raar te kijken naar die kip?…o wacht..ik heb helemaal geen grijze kip…"

Mevrouw de kat keek vol ontzag naar de scherpe klauwen en snavel van mevrouw de sperwer en droop het af. Ik daarentegen, raapte mijn handschoenen, mijn moed en een (vers proper!) laken van de waslijn en heb -zonder koffie (want die raakte niet klaar) – het gewonde dier gevangen en belde het opvangcentrum voor vogels in Opglabbeek. 

 

Mevrouw de sperwer was wat suf, maar bleek eigenlijk alleen een bloedneus te hebben, maar geen gebroken vleugels of poten. Waarschijnlijk is ze tegen de venster gevlogen en alleen wat door elkaar geschud.  En dus mocht mevrouw bij mij in een kartonnen doos uitrusten. Een paar uur later lieten we ze weer vrij, onder grote belangstelling van een hoop fotografen. Ik hoopte een foto te kunnen maken van haar vlucht. Maar ze vloog omlaag in plaats van omhoog. Ze heeft zich nog even onder de haag schuil gehouden, maar is nadien toch vertrokken. Enfin, dat hoop ik toch..

Man, wat is het hier toch altijd spannend op de boerderij!

Slaapwel Filip, mijn beste bokkenvriend.

Filip mijn bok, mijn liefde, je was schoon, slim en grappig. Ondeugend en ongeduldig was je ook. Je werd geboren op 4 december 1999, de trouwdag van Filip en Mathilde. Je was mijn langverwachtte geit, mijn verlovingsgeschenk. Jij was de koning van het erf. Je ontsnapte uit elke wei of stal, brak elke deur stuk en at alle planten op. Je smulde stiekem alle aardbeien-bloesems op en bemekkerde dan nadien luid je schuld. Je hield van boomschors, kersenboomschors-eten was je specialiteit. Je liep mij overal achterna als een hondje en volgde mij tot in de keuken om daar aan de planten te knagen. Met je wilde bokkesprongen tegen de hond Belle verloor je bijna een oor. Je deed wilde achtervolgingen met de hond Ronja en brak toen je pootje. Maar je was sterk en koppig en je genas elke keer. Geen dier was te groot voor jou of je was de baas: in de stal bij de paarden was je een prins, bij de schapen was je de koning. We moesten je horens een stukje afzagen omdat je te wild tegen de schapen tekeer ging als je bieten te eten kreeg. En weet je nog dat je bijna stikte in die koord waarmee je aan de boom vastgebonden was? Toen je 10 jaar werd, en elke winter moeilijker werd voor jou, vroeg ik voorzichtig hoe lang een geit kon leven. “9 jaar” zei wouter. Toen je 11 werd, kon een geit volgens hem 10jaar worden… Ik durfde het de laatste winter niet meer te vragen. Je was oud en mager geworden, je was dan ook al 15 jaar.  15 jaar lang was je mijn beste bokkenvriend en onze liefde was wederzijds. Ik ga je missen, Filip, ik ga je apen-streken missen..

 

 

Echte wol

Echte wol, er gaat toch niks boven echte wol! (ja ik weet het, ik spreek mezelf tegen met het breien van de laatste truien..)

Maar wanneer zou dat eens gebeuren dat ik iets met die wol ga doen…nu heb ik wéér een zak wol bijgehouden..mijn man vloekt een beetje. Net zolang waarschijnlijk tot het wolletje een bolletje en dan een trui wordt…

Kuikens en Jo & Jo.

Er zijn schone dingen in het leven. Maar het aller-allerschoonste is toch een kloek met kuikens. (…vooral als het onze eigen kloek is, die ons bij thuiskomst na het verlof verblijdt met haar 6koppig kroost: een geel, een zwart en 4 gespikkelde mini's).

En nóg schoner zijn onze twee loopeendjes Jo & Jo* die al kwekkend alle slakken uit de moestuin gaan verdelgen. Met zo een schoon gemeenschappelijk doel gaan wij vast en zeker de beste vriendjes worden. Ook met de oudste zoon zijn ze al beste vriendjes, want hij bouwde eigenhandig (en een klein beetje hulp van de nonkel) een enig écht eendenhok!

Smakelijk!

*Jo&Jo want we nog niet weten of het vrouwtjes, mannetjes of ééntje van elk is..en zo moeten we ook geen namen onthouden. Wie geeft er nu eigenlijk namen aan eenden?

Dagboek van een ketje, zijn naam is Schmieguelle.

dag 1 –  27 mei 2014

Tijdens mijn middagpauze in een Brussels park vond ik op een stuk uitgeregend karton een hoopje pluis. Het zwarte hoopje bewoog,  maar van dichtbij bleek het gewriemel dikke bromvliegen en vlooien te zijn die allemaal een geschikt plekje zochten om hun eitjes af te zetten. 'Blegh' zei ik.  'Miep' zei toen een klein stemmetje. 'Huh?' Het hoopje pluis bleek een piepklein katje te zijn, hoogstens 4 weken oud, en het leefde nauwelijks nog.

Ik kon hem niet laten liggen, op z'n minst moest ik hem uit zijn lijden verlossen of hij zou binnen de kortste tijd levend door vliegenmaden worden opgegeten.

Na een treinrit met een druppel koffie-met-suiker in zijn maag (om wakker te blijven!), arriveerde hij bij de dierenarts.  Die schoor zijn pelsje eraf om alle parasieten te verwijderen, veegde zijn snot, gaf hem een warmtelamp boven zijn hoofd en sprak de woorden: "Deze kat heeft TLC nodig". Nu denkt u misschien dat hij het over het blik melkpoeder voor kittens had waarvan ik het katje elke 2u 3ml moest geven. Maar ik ken mijn man – de dierenarts: TLC is wat iedereen in het leven nodig heeft: Tender, Love and Care.

Dag 3

Schmieguelle kreeg zijn naam en kwam mee naar huis, want ik was het beu om 's nachts en elke 2u op en af te rijden voor een katje van 280g. Schmieguelle dronk 60ml per dag, in porties van 5ml met een klein spuitje in zijn bekje gedruppeld. Hij was erg gulzig. Overdag hield ik hem warm op een warme plek, 's nachts sliep hij onder de warmtelamp en ter massage van zijn buikje (om de stoelgang te bevorderen) kreeg hij een wasbeurt van Ronja, de hond. Nee, geen hap-slik, een echte moederlijke wasbeurt! 

Dag 4

Hij bleef erg zwak en had geen energie door de extreme bloedarmoede: TLC met melk bleek niet genoeg en net zoals een schriel bleek plantje had hij zonlicht nodig. Schmieguelle ging overal mee naartoe, hij bleef braaf in zijn kartonnen doosje liggen en wachtte tot iemand hem eruit tilde.

Dag 6

Ik had even schrik dat het een slecht karakter zou worden, want op dag 6 pikte de vlegel een stukje hesp uit mijn bord macaroni-met-hesp-en-kaas. Hij besloot zelf dat hij klaar was voor een hap écht eten. Hij kreeg dus een koffielepel kattenvoer en schrokte het op.

Dag 7

Sindsdien toont hij elke ochtend een nieuw kunstje. Op dag 7 smeet hij zich met zijn volle gewicht (ja, de hélé 305g) op zijn koffielepel vlees en gromde en blies tot ik uit de buurt ging zodat hij in alle rust zijn hapje vlees voor zich alleen had.

Dag 8

Op dag 8 zette ik een luciferdoosje met kattenzand klaar en daar deed hij heel keurig zijn 'ding' in.

Dag 9

Op dag 9 klauterde hij uit zijn kartonnen huis en verkende heel zelfstandig de keuken.

Dag 10

Op dag 10 werd hij zich bewust van zijn vuile vel (want pels had/heeft hij nog niet) en begon hij zichzelf te wassen. Het werd een echte kitten!

Nadien

Nadien moest hij van zijn melk niet meer weten en at hij droge kattenbrokjes en dronk water. De keuken was als terrein te klein en hij trok verder naar de living.

Ik schrik soms toch nog van zijn kleinheid: Ik kan de keukenkasten opendoen terwijl hij eronderdoor loopt zonder zich te bukken.  Hij is zo miezerig klein dat ik soms denk dat hij onder de deurspleet zal kruipen. Mijn vrees is niet helemaal ongegrond, want hij heeft een avontuurlijke en ondernemende levensvisie. Het is een echte kitten geworden die je enkels aanvalt en langs je kuiten omhoog klimt met zijn scherpe nageltjes. Maar hij vangt ook vliegen, dus hij mag blijven op de boerderij.

 Schmieguelle, my preciousss…