In het zwaluwnest.

In één van de stallen hangen sinds heel lang 4 zwaluwnesten.  Maar ze zijn sinds heel lang onbewoond. Nochthans is hier alles aanwezig om zwaluwen een aangenaam leven te geven: de nestjes zijn onaangeroerd, de ramen staan altijd open, er is modder, er zijn veel vliegen,…maar dus geen zwaluwen. 

Toch merkte ik laatst beweging in één van de nesten:

Ik verstopte mij achter mijn statief met fototoestel en ik moest niet lang wachten: 

"wiet-tek-tek-tek-tek-tek-tek"

Het was geen zwaluw, het was de zwarte roodstaart!

Excuses voor de slappe foto, het is de enige van de ouders bij het nest. Ik heb echt honderden foto's van het nest. Een nest vol kuikens die vooral uit snavel bestaan. Ze staken dapper hun kopjes over de nestrand als ze de ouders hoorden roepen. Maar de ouders vonden mijn aanwezigheid maar niks. Op één of andere manier moet hun "wiet-tek-tek-tek-tek-tek-tek" met een gevaar erbij – met mij dus – anders klinken. Ik hoor geen verschil, maar de kuikens hoorden de waarschuwing van hun ouders en lieten zich niet meer zien zolang ik binnen stond. Zodra ik naar buiten ging hoorde ik ze weer luid roepen. 

Vier dagen later – toen er 31 mensen op het erf stond tijdens het communiefeest – vlogen de jongen uit:

Nog een dag later zie ik de hele familie zwarte roodstaart nog steeds op de dakrand zitten. Ze kwetteren er met hun zessen – 2 ouders en 4 jongen –  vrolijk op los. De jongen vliegen korte stukjes heen en weer en de ouders brengen nog steeds insecten aan. 

 

 

 

Over Odin, schapen en de poel (om maar een titel te verzinnen)

Stoer, een baard en borstelige wenkbrouwen, én een vikingschip op het geboortekaartje. Dat moet Odin zijn!

Odin heeft vrolijke kleuren en hele dikke warme laarzen. En uiteraard heel stoer, want zo een weer met blote armen trotseren?!?

Zijn riem is mee in de zijnaden van het lijf vastgestikt. De helm is van wol, da's lekker warm.  De horens van zijn helm zijn zoals staartjes vastgestikt tussen de naden van het hoofd. De wenkbrauwen zijn er nadien opgenaaid, dat waren knipseloverschotten van de baard.

En zijn mouwloos vest, dat is ook zo warm. Ik heb voor mezelf dan maar zoiets gemaakt. Geknipt uit 1 stuk, en de randen met een rolzoompje met de overlock afgewerkt. Het was klaar in 15 minuten. Ik vond van mezelf dat ik er superhip uitzag, maar mijn man vond dat ik er volledig in stijl van de lammetjes bijliep…

Reken maar dat ik dat als een compliment opvatte:

Ondertussen is de wei al goed vol met dartele lammetjes. Ik hoor mijn dochters dagelijks zeggen: "Kom, we gaan herderen!"

En zoals elk jaar aan het begin van de lente zetten we vissen in de poel:

Aan deze poel broedt elk jaar een koppel wilde eenden. Bij de wekelijkse check-up van de poel – waarbij de kinderen meekomen want modder is leuk – zagen we nog net één eend opvliegen en lag er een dode woerd in het water. Discreet haalde mijn man het dier weg en gaf het een begrafenis in intieme kring, ttz zonder kinderen.

Hoor ik nadien die kleinste van mij vertellen aan zijn grootvader: "Het mannetje lag dood, en het vrouwtje zat er eerst nog naast maar is toen weggevlogen."  Dan denk je dat die kinderen maar wat in de modder staan te dabben, maar ze hebben alles gezien en elk gesprek opgevangen…

Kampvuur, 6e editie

Jarige kinderen geven graag een feestje voor hun vrienden. Drie jarige kinderen op een maand tijd, dat zijn veel vrienden over de vloer. En dus houden we elk jaar in oktober een verjaardagskampvuur.

nodig:

– een berg takken (snoeihout bijhouden!)

– warme chocomelk en hotdogs (veel te veel besteld, wat net genoeg bleek op het einde)

-pompoensoep (je moet goed nadenken wie je uitnodigt, misschien wordt er soep meegebracht!)

– kastanjes om te poffen in het vuur (als je vrienden met een kastanjepofpan hebt, nodig je die ook uit)

– eersteklas-stokers (= grootvaders en hun vrienden)

– een hoop klas- en scoutsvrienden

– een paar mama’s en papa’s (voor de gezelligheid)

-buitenkaarsen en theelichtjes in bokalen (om niet helemaal verloren te lopen)

optioneel:

– de palettenkraam (met elektrisch vuurtje om de pannen warm te houden)

– uw schoonste nachtlampen op het palettenkraam (want we vonden de buitenlamp niet)

– go-cars en fietsen (bijzonder spannend in het donker)

– een fles jenever voor de stokers (en mama’s en papa’s..)

– fotografen die je nadien de sfeerbeelden toesturen: dankjewel Bart, dankjewel Piet Vranckx!

De chocomelk en de soep kregen ze uitgeschonken in een schone zjat van de kringwinkel.  Daar had ik een gekleurde veter aan vastgeknoopt, die was versierd met een belletje en een minikampvuurtje:

Minikampvuurtjes, die maak je met krimppapier: overtekenen, kleuren en 10sec in de oven doet je tekeningetje 7x krimpen:

een paar tips voor kleuren en het krimppapier:

– teken en kleur alleen met kleurpotloden, niet met inkt of stiften

-teken en kleur alleen met kwaliteitskleurpotloden

-zet kwaliteitskleurpotloden op je kerstmisverlanglijstje (ik was daar keiblij mee, maar tja, ik kleur graag..)

-kleur eerst in en teken dan pas de contouren van je tekening: dan heb je niet van die lelijke zwarte vegen

-maak gaatjes (bv met de perforator) voor je het in de oven legt

De moestuin van tantehilde

De moestuin van tantehilde begon met een opdrachtje voor haar man. Het was half maart en de boer haalde net zijn traktor van stal om een of ander veld te gaan bewerken.

"Doe dit stukje wei er dan ook maar bij" zei ik tegen de boer. Een strook van 12m lang en 3m breed tussen de haag en de bessenstruiken. Ik had nog geen idee hoe ik het verder zou aanpakken, maar dit stukje weiland  zou een moestuin moeten worden.

Toen de traktor weer op stal ging, had ik een mooi stukje omgeploegde grond:

Maar het zwaarste werk moest nog komen: bedenken hoe en wat ik met die moestuin zou aanvangen. Ik markeerde met oude kasseistenen een wandelpad en strooide boomschors bovenop een laag karton (om het pad onkruidvrij te houden). Ik smeet een dikke laag compost over de aarde en toen belde ik een vriendin-met-een-grote-moestuin op en vertelde haar over mijn grootse plannen. Enthousiast als ze is, mailde ze mij dadelijk een schema waar en welke groenten ik moest zaaien en planten.

Voorzienig als mijn kinderen zijn, hadden ze wel al pompoenpitjes in kleine potjes gezaaid. Die waren netjes uitgekomen en hadden een boodschap bij zich: "wij willen watter..en frietjes"

Een week later had ik 8 bedden gevuld met plantgoed en rijkelijk overstrooid met stro (om onkruid tegen te houden en de grond vochtig te houden). Ik heb nooit water bij gegeven aan mijn groenten.  Mijn schoonvader bekijkt mijn hofke dan meewarig, maar ik ben een luie tuinierster en mijn groenten moeten maar een beetje voor zichzelf zorgen, ze moeten maar diepe wortels maken en zelf vocht gaan opzoeken.

Oh! het schoonste aan mijn hele hofke is de omheining. Op het stukje wei tussen de moestuin en de schuur staan regelmatig schapen te grazen. Om de dieren uit de moestuin te houden heb ik een afspanning van kastanjehout gezet en een klein electriciteitsdraadje. Om langs de kant van de moestuin in het weitje te geraken (of omgekeerd) staan er 2 houtblokken aan weerszijden van het houten hek. Als je benen lang genoeg zijn kan je er elegant overklimmen (hier nog met melkfles-witte-benen ergens in mei).  Als je wat kleiner bent, kan je het als krukje of podium gebruiken:

En hier zit ik dan te peinzen: "Groei dan toch! Komaan, groeien groentjes! …zou ik ze toch wat water geven?"

De gieters zijn ter decoratie blijven staan, ik heb het niet gedaan, water geven. De maanden mei en juni gaven spontaan overdadig water, zoveel dat er slechts één van de 6 pompoenplantjes het overleefde. Maar wie geeft er nu om pompoenen..

Want nu, zoveel maanden later, heb ik dikke sjieke kolen, sla, wortelen, erwten, bonen (ok, 1 struikje was niet genoeg), courgettes (ok, 2 struiken was echt teveel), paprika's, pepers, tomaten, bloemen (die we niet opeten),  selderij, spinazie, rabarber, artisjok en brave hendrik (nota aan mezelf: bel nog eens naar de vriendin-met-de-grote-moestuin hoe je dat klaarmaakt)

Oogstfeest!

Vanaf ongeveer half juli tot half augustus, en als je pech hebt NOG langer, kunnen wij in feite geen gezinsactiviteiten plannen. Dan is de familie-agenda leeg, dan kunnen we ons niet present opgeven voor feestjes of andere bijeenkomsten. Vanaf half juli tot half augustus, dan moet je paraat staan voor de pikdorser. *zucht* Wat is het leven van een boerenvrouw toch hard *zucht*

Als eindelijk de hoogdag is aangebroken, ja, dan profiteer ik er ook van: dan nodig ik wat vriendinnen uit met kinderen en dan doen wij van aperitief drinken terwijl de mannen op het veld werken. En als de kinderen dan lang genoeg aan onze oren zagen (en onze fles bijna leeg is), dan geven we toe en lopen we hen achterna het veld op: er worden beurtrollen opgesteld wie mag meerijden in de pikdorser op het veld, of een ritje maakt met de traktor naar de molen.

Als de kar half gevuld is, sjotten we onze schoenen uit en nemen we een frisse duik in het graan:

Daarna verorberen we een halve meter pannekoeken:

Geen beter klimtuig dan een kar:

De dag nadien zet het feest zich voort:

Het stro wordt ingehaald:

(op zo een warme dagen doen we uiteraard aangepast schoeisel aan)

(en ik trok nog wel zo een ontzettend zot gezicht, spijtig dat je dat moet missen. Toch dankjewel Astertje voor deze familiefoto)

Enfin, op het einde van dit feest is de boer content, zijn vrouw ook, en zijn de kinderen vuil.

*oogst 2012*

*patattenoogst 2011*

*oogst 2010*